Een online cursus maken begint met een specifieke deelnemer en een leerresultaat dat diegene kan aantonen. Deze werkwijze is bedoeld voor cursusmakers, coaches en opleidingsbedrijven die hun expertise willen omzetten in een leerervaring die klaar is voor een pilot of levering.

Begin niet met een lange lijst onderwerpen of een reeks video’s. Test eerst of het probleem leeft, ontwerp daarna lessen en oefening rond het gewenste resultaat en controleer met deelnemers of de cursus hen daarop voorbereidt.

Wat je nodig hebt

  • Kennis van het onderwerp, of toegang tot een deskundige die de inhoud kan beoordelen.
  • Een afgebakende groep potentiële deelnemers die je kunt interviewen of om feedback kunt vragen.
  • Een computer en passende schrijf-, opname- of hostingmiddelen. Kies die later op basis van de cursusvorm en de eisen van je deelnemers.

1. Bepaal voor wie de cursus is en wat die oplevert

Schrijf een korte cursusbrief met de situatie van de deelnemer, het probleem dat die wil oplossen en het resultaat dat de cursus belooft. Zo blijft de inhoud gericht op één herkenbare behoefte.

Formuleer het resultaat als iets wat een deelnemer kan doen, maken, uitleggen of beslissen. “Leren over e-mailmarketing” beschrijft een onderwerp; “een welkomstmailreeks opstellen” beschrijft een resultaat dat je kunt beoordelen. Noteer ook relevante voorkennis, eerdere pogingen en praktische beperkingen.

Als je alleen kunt opschrijven wat jij gaat behandelen, is het leerdoel nog niet scherp genoeg. Beschrijf wat de deelnemer na afloop zelf kan laten zien.

2. Valideer het cursusidee voordat je alles maakt

Praat met mensen die passen bij je doelgroep en vraag naar een recent moment waarop ze het probleem tegenkwamen, wat ze al probeerden en waar ze vastliepen. Zo verzamel je ervaringen in plaats van alleen beleefde instemming met jouw idee.

Een korte enquête kan terugkerende problemen, voorkeuren en eerdere oplossingen zichtbaar maken. Een wachtlijst of positieve reactie laat belangstelling zien, maar is geen aankoop. Een daadwerkelijke betaling is sterker bewijs van koopgedrag, zonder te garanderen dat de cursus later goed verkoopt of leerresultaten oplevert.

Je kunt vóór de volledige productie een begrensde pilot of voorverkoop aanbieden. Vertel duidelijk dat de cursus nog in ontwikkeling is, wat deelnemers krijgen, wanneer je dat levert en welke terugbetalingsvoorwaarden gelden. Gebruik de reacties om het aanbod bij te stellen; behandel een voorverkoop niet als bewijs van toekomstig succes.

Kun je alleen positieve antwoorden op een enquête of complimenten noteren? Dan heb je interesse gemeten, nog geen koopgedrag. Kies op basis van de signalen of je het idee aanscherpt, een pilot test of de productie uitstelt.

3. Ontwerp lessen en oefening terug vanaf het leerdoel

Bepaal eerst welk werk of welke beoordeling laat zien dat deelnemers het eindresultaat beheersen. Werk daarna terug: welke vaardigheden, kennis en tussenstappen hebben ze nodig om dat werk te kunnen uitvoeren?

Groepeer die stappen in modules en lessen en zet ze in een volgorde van basis naar toepassing. Geef elke module een doel, een passende activiteit en een leercheck. Zo kunnen deelnemers oefenen met wat de eindopdracht vraagt, in plaats van pas bij de toets iets nieuws tegen te komen.

Verwijder of bewaar materiaal voor later als het niet bijdraagt aan het resultaat of een noodzakelijke voorwaarde ervoor is. Een brede verzameling interessante informatie is nog geen samenhangend leerpad.

Een ontwerpstudie van een online mastervak aan de University of Illinois Springfield beschreef hoe doelen per cursusonderdeel aan beoordelingen werden gekoppeld. In de vergelijking tussen najaar 2009 en voorjaar 2010 steeg het gemiddelde cijfer voor een onderzoeksvoorstel van 91 naar 98 procent en voor het tentamen van 82 naar 87 procent. De auteurs beschreven dit als voorlopig onderzoek naar één vak; deze uitkomsten bewijzen niet dat dezelfde aanpak elders hetzelfde effect heeft.

4. Maak materiaal dat past bij de leeractiviteit

Kies een vorm op basis van wat deelnemers moeten leren en doen. Video kan een handeling laten zien; tekst, audio, interactieve opdrachten of live sessies kunnen bij andere doelen passen. Geen van deze vormen is voor elke cursus de beste keuze.

Maak per les de uitleg, voorbeelden en oefening die nodig zijn voor het doel. Controleer feiten, taal, terminologie, links en de rechten op materiaal dat je hergebruikt. Zorg dat deelnemers weten wat de les behandelt en wat ze daarna moeten doen.

Houd vanaf het ontwerp rekening met verschillende behoeften en manieren om materiaal te gebruiken. CAST beschrijft Universal Design for Learning als een raamwerk voor het ontwerpen van leerervaringen voor uiteenlopende contexten. Dat raamwerk vormt op zichzelf geen beoordeling van de wettelijke toegankelijkheid van een specifieke cursus.

5. Kies een leeromgeving en controleer de deelnemersroute

Maak eerst een lijst met wat de cursus nodig heeft: de gewenste materiaalvormen, toetsen of opdrachten, interactie, integraties, rapportages, ondersteuning, beveiliging en budget. Vergelijk aanbieders met die lijst en controleer actuele voorwaarden rechtstreeks bij een aanbieder als een functie of prijs bepalend is.

Bouw de cursusstructuur in de gekozen omgeving en voeg de lessen en hulpmiddelen toe. De precieze stappen verschillen per platform. Leg voor deelnemers uit voor wie de cursus is, wat ze leren, welke voorkennis nodig is, hoe de cursus is opgebouwd en waar ze ondersteuning vinden. Als je verkoopt, controleer dan ook de prijs-, betaal- en terugbetalingsvoorwaarden.

Bekijk de cursus daarna vanuit het perspectief van een deelnemer. Controleer de lesvolgorde, toegang tot materiaal en opdrachten, en of duidelijk is welke cursusinhoud beschikbaar is. Een opgeslagen concept is niet automatisch gepubliceerd; controleer de zichtbare status voordat je deelnemers toegang belooft.

GetResponse toont in deze eigen producttutorial cursusinstellingen, prijs, cursuspagina en URL- en SEO-instellingen. Het is een voorbeeld van één platform, geen algemene werkwijze.

6. Test de cursus met een pilot en verbeter gericht

Laat een afgebakende groep passende deelnemers de cursus doorlopen. Kijk of ze de route kunnen volgen en de geplande opdracht of leercheck kunnen afronden. Noteer vragen, verwarring en problemen met toegang.

Vraag daarnaast naar hun ervaring, maar houd die antwoorden apart van het werk waarmee ze het leerdoel laten zien. Tevredenheid, voltooiing en leerresultaten meten verschillende zaken. Een tevreden deelnemer of een afgeronde cursus bewijst op zichzelf niet dat iemand het beloofde resultaat beheerst.

Zoek terugkerende problemen in het doel, de volgorde, voorbeelden, oefening, feedback of toegang. Pas het onderdeel aan dat het probleem veroorzaakt en test die wijziging opnieuw. Als deelnemers de cursus afronden maar de opdracht niet kunnen uitvoeren, controleer dan eerst of de lessen en oefening op die opdracht voorbereiden.

Veelgemaakte fouten bij het maken van een online cursus

  • Een onderwerp verwarren met een leerresultaat. Beschrijf wat de deelnemer kan aantonen, niet alleen wat jij wilt behandelen.
  • Alles produceren voordat je met potentiële deelnemers praat. Enquête-antwoorden en wachtlijsten kunnen richting geven, maar zijn geen aankopen.
  • Een toets opnemen zonder voorbereiding. Laat lessen en oefening deelnemers stap voor stap doen wat de eindopdracht van ze vraagt.
  • Een platform kiezen op basis van een algemene aanbeveling. Toets functies, kosten en voorwaarden aan de concrete eisen van je cursus.
  • Voltooiing of tevredenheid presenteren als bewijs van leren. Beoordeel ook of deelnemers het beoogde werk kunnen uitvoeren.

AI kan een eerste opzet maken, geen cursusresultaat garanderen

ChatGPT kan helpen een eerste cursusindeling op te stellen. Geef daarvoor de doelgroep, het gewenste resultaat en de belangrijkste beperkingen mee. Beoordeel de uitkomst zelf op juistheid, ontbrekende onderwerpen en aansluiting tussen leerdoelen, activiteiten en toetsen; een gegenereerde opzet is geen afgewerkte cursus.

Er is geen cursusonderwerp of cursusvorm die op basis van deze informatie gegarandeerd geld oplevert. Een scherpe belofte, onderzoek onder potentiële deelnemers en een pilot kunnen helpen om je aanbod te toetsen, maar leveren geen verkoopgarantie op.

Zo controleer je of de cursus klaar is

Controleer de cursus als deelnemer: kun je de inhoud openen, de lessen in de bedoelde volgorde volgen en de geplande leerchecks uitvoeren? Is duidelijk wat de cursus oplevert en welke volgende stap geldt? Beoordeel de pilot vervolgens met zowel werk van deelnemers als feedback over hun ervaring. Als een van die onderdelen ontbreekt, is de uitkomst nog niet compleet genoeg om de cursus als getoetst te beschouwen.

Kort overzicht

  • Omschrijf de deelnemer en een aantoonbaar leerresultaat.
  • Onderzoek het probleem en scheid belangstelling van betaalde commitment.
  • Ontwerp toetsen, modules, lessen en oefening vanuit het resultaat.
  • Controleer de deelnemersroute en verbeter na een pilot op basis van leerwerk én ervaring.
Een online cursus maken: van leerdoel tot eerste pilot