Feedbackvragen voor een online cursus zijn gerichte vragen waarmee je cursisten informatie vraagt over de lesinhoud, opdrachten en online leeromgeving.
Die antwoorden helpen je een concrete verbetering te kiezen; een algemeen tevredenheidscijfer vertelt zelden wat er moet veranderen.
Een korte vragenlijst met concrete antwoorden
Een bruikbare vragenlijst combineert een paar beoordelingsvragen met open vragen. Houd elk item bij één onderwerp, zodat het antwoord duidelijk maakt welk onderdeel je kunt aanpassen.
- Hoe makkelijk vond je de instructies, het lesmateriaal en de volgende activiteit in deze module?
- Welke les, uitleg of oefening hielp je het meest, en wat maakte die nuttig?
- Welk begrip of welke instructie is nog onduidelijk? Noem de les of activiteit.
- Wat is één verandering die de volgende module duidelijker of nuttiger zou maken?
De eerste vraag vraagt naar vindbaarheid, de tweede naar een ervaring met leermateriaal en de laatste twee om concrete verbeterpunten. Gebruik voor vragen met een beoordelingsschaal steeds dezelfde schaal. Een open toelichting geeft cursisten ruimte om een voorbeeld te noemen.
Kies vragen die bij je online cursus passen
Vraag naar onderdelen waar cursisten zelf ervaring mee hebben. Pas deze voorbeelden aan de inhoud en opzet van je cursus aan.
- Navigatie: Hoe makkelijk was het om de instructies, materialen en volgende activiteit te vinden? Wat moest je zoeken?
- Lesmateriaal: Welke video, uitleg of oefening hielp je het meest bij dit onderwerp? Wat hielp precies?
- Onduidelijke inhoud: Welk begrip of welke stap bleef onduidelijk? In welke les kwam dat voor?
- Toetsing en opdrachten: Hoe goed bereidde de oefening je voor op de opdracht? Welke extra uitleg of oefening had geholpen?
- Discussie en contact: Welke discussie of interactie hielp je bij het leren? Wat maakte deelnemen lastig?
- Technologie: Had je problemen met een online hulpmiddel of de toegang ertoe? Wat probeerde je te doen toen het probleem optrad?
- Toegankelijkheid: Was het materiaal beschikbaar in een vorm die voor jou goed te gebruiken was? Welk onderdeel vroeg om een ander formaat?
- Deelname en vertegenwoordiging: Voelde je je in het materiaal en de leeractiviteiten vertegenwoordigd en in staat om mee te doen? Geef een voorbeeld.
Een positieve reactie is ook bruikbaar wanneer die specifiek is. Vraag bijvoorbeeld: “Welke les, activiteit of bron hielp je vooruit, en hoe?” Een antwoord als “de cursus was goed” zegt minder over welk onderdeel je moet behouden dan een reactie die een specifieke activiteit en het effect ervan noemt.
Stel één vraag tegelijk en vermijd sturing
Een vraag die meerdere onderwerpen samenvoegt, levert een lastig te interpreteren antwoord op. “Waren de video’s en opdrachten duidelijk en nuttig?” vraagt tegelijk naar duidelijkheid, nut en twee verschillende onderdelen. Vraag liever afzonderlijk naar de uitleg in een video en naar de oefening.
De University of Missouri–St. Louis adviseert vragen te richten op één onderwerp, niet-sturend te formuleren en te baseren op ervaringen die cursisten kunnen beoordelen. “Welke opdracht hielp je het meest?” vraagt naar een concrete ervaring. “Vond je de uitstekende opdrachten nuttig?” stuurt het antwoord al in een richting.
Een cursusbeoordeling registreert wat cursisten over hun ervaring zeggen. Dat is iets anders dan aantonen dat ze een vaardigheid beheersen. Vraag dus naar de ervaring met een oefening én bekijk of de bijbehorende opdracht laat zien dat cursisten de vaardigheid kunnen toepassen. Een tevredenheidsscore op zichzelf stelt dat leerresultaat niet vast.
Vraag op een moment waarop je nog iets kunt aanpassen
Feedback halverwege een cursus kan helpen om de lopende cursus bij te sturen, zolang cursisten al genoeg ervaring hebben om te antwoorden en er nog tijd is om iets te veranderen. Ohio State en de University of Oregon beschrijven feedback tijdens de cursus als bruikbaar voor de huidige groep. Vraag bijvoorbeeld na een eerste module of belangrijke opdracht: “Welke instructie hielp je bij deze opdracht, en wat ontbrak?”
Feedback aan het einde geeft cursisten ruimte om de hele cursus terug te blikken en kan richting geven aan een volgende editie. Ze kan de afgeronde cursus voor de mensen die antwoordden niet meer veranderen. Een vraag na afloop kan bijvoorbeeld zijn: “Welke aanpassing zou de volgende groep het meest helpen?”
Vraag vóór of aan het begin van de cursus naar verwachtingen en voorkennis, als die informatie helpt om doelen of uitleg aan te scherpen. Stel de vraag op een moment waarop cursisten iets zinnigs over die onderwerpen kunnen zeggen.
Combineer beoordelingen met toelichting
Een beoordelingsschaal maakt antwoorden op dezelfde vraag makkelijker naast elkaar te leggen. Een open vraag kan vervolgens verduidelijken waarom cursisten een bepaalde beoordeling gaven. Houd de schaal gelijk binnen de vragenlijst en stel vragen over afzonderlijke ervaringen.
Instellingen hanteren verschillende benaderingen voor algemene beoordelingen. Stanford neemt een algemene beoordeling van de instructie op in zijn standaardformulier; de University of Missouri–St. Louis waarschuwt dat brede totaaloordelen moeilijk aan een specifieke ervaring te koppelen zijn. Voor een cursusmaker zijn gerichte vragen over lessen, opdrachten of navigatie daarom bruikbaar om te bepalen waar een aanpassing nodig kan zijn. Een totaalscore kan context geven, maar verklaart op zichzelf niet wat je moet veranderen. Stanford adviseert op zijn eigen formulier hoogstens tien aanvullende vragen. Dat is advies voor die vragenlijst, geen algemene norm voor elke cursus.
Bepaal ook of antwoorden anoniem zijn of dat cursisten hun naam kunnen achterlaten. Anonimiteit kan de drempel om vrijuit te antwoorden verlagen; antwoorden op naam maken opvolging bij een specifieke vraag mogelijk. Vertel cursisten hoe je antwoorden bekijkt en wie ze kan inzien, en beloof geen vertrouwelijkheid die je niet kunt waarmaken.
Zoek naar terugkerende, concrete signalen
Lees open antwoorden op terugkerende onderwerpen, zoals een instructie die meerdere cursisten niet konden vinden. Een opmerking met een reden of voorstel kan directer naar een mogelijke verbetering wijzen dan algemene lof. Langere opmerkingen zijn niet automatisch betere feedback: een overzicht van onderzoek naar online cursusevaluaties onderscheidt de lengte van een reactie van de onderbouwing en bruikbaarheid ervan.
Wees voorzichtig met conclusies uit een lage respons. NC State waarschuwt dat een lage respons de kans op vertekening en steekproeffouten kan vergroten. Een overzicht van onderzoek naar online evaluaties vond wisselende resultaten over vertekening doordat niet iedereen antwoordt. Gebruik scores en opmerkingen daarom als signalen om te onderzoeken, niet als volledige afspiegeling van iedere cursist of als zelfstandige maat voor onderwijskwaliteit.
Sluit de feedbackronde af door cursisten de terugkerende thema’s te laten weten, te benoemen welke aanpassingen je plant en uit te leggen welke suggesties je niet kunt overnemen. Zo weten zij wat er met hun reacties is gebeurd.